Dinsdag 30 juni 2026:
Van Wijngaarden tot Kastelen
1976 - Rit 19: Sainte-Foy-la-Grande – Tulle : 226km – 2.630hm
Vertrek: Sainte-Foy-La-Grande
Route:
Bergerac
De sluizen van het Lalinde-kanaal
Calès
Cussac
Côte de Belves (4de Cat)
Milhac
Peyrillac
Souillac
Dordogne rivier
Vayrac
Côte de Maysse (4de Cat)
Finish: Tulle (Naves)
Rit 19 hoogteprofiel
Weetjes van de dag:
Streepje aardrijkskunde: Sainte-Foy-la-Grande ligt op de grens van twee werelden: achter de stad strekt zich nog het wijngebied van de Bordelais uit, met zijn rijen Bergerac-stokken op de hellingen langs de Dordogne, maar wie oostwaarts vertrekt, voelt het landschap geleidelijk dichtklappen. De wijngaarden maken plaats voor bos, de open velden voor de glooiende, soms verraderlijk steile heuvels van de Corrèze. Tulle, de finishplaats, ligt in een nauwe kloof waar de rivier de Corrèze zich door de rotsen heeft gewrongen — een stad die zich letterlijk om haar rivier heen plooit, met straten die als trappen tegen de hellingen opklimmen.
Het is een overgangsetappe in de geografische zin van het woord: van de zachte, zonnige Aquitaine naar het ruwere, groenere Limousin, waar de boerderijen kleiner worden en de wegen krommer. Geen grote cols, maar ook geen vlakte meer — een tussenland van glooiingen die de benen al voorbereidt op wat er de volgende dag, richting de Puy de Dôme, zal komen.
TOUR-weetje 1976 — Etappe 19: Sainte-Foy-la-Grande → Tulle
Na drie dagen waarin Freddy Maertens het peloton naar zijn hand had gezet, was het nu aan een ander gezicht. Hubert Mathis trok als eerste over de streep in Tulle, in een etappe die de renners voorgoed uit de zonnige vlaktes van Aquitaine voerde en de heuvels van de Corrèze induwde — een eerste rimpeling van het reliëf dat de dagen erna op de Puy de Dôme zou losbarsten. Enrico Paolini volgde op een handvol seconden, maar voor de rest was het een dag zonder schade: het peloton met de favorieten kwam pas zeven minuten later binnen, een teken dat niemand zin had om vóór de Puy de Dôme nog krachten te verspillen.
Voor Lucien Van Impe was het precies wat hij nodig had: een dag om op adem te komen. De gele trui, die hij sinds de Alpe d'Huez stevig om de schouders droeg, bleef ongemoeid — geen aanvallen, geen gevaar, alleen kilometers die de Corrèze induwden richting de volgende confrontatie. Want die zou niet lang op zich laten wachten: de dag erna wachtte de Puy de Dôme,